• Home
  • Concertagenda
  • Nieuws
  • Cd's
  • Recenties
  • Orgel
    • Het orgel
    • Dispositie
  • Links
  • Contact
    • Contactformulier
    • Gastenboek
  • 0
Orgel Het orgel

Het Orgel

Eric Quist is organist van het van Oeckelen-Steendam orgel in de Gereformeerde Gemeente te Tholen.

Voor het geringe bedrag van 2,50 euro per uur kunt u dit fraaie orgel zelf bespelen. U dient daarvoor contact op te nemen met Eric Quist

In 1986 verwierf de orgelmaker Sicco Steendam het Van Oeckelenorgel uit de Gereformeerde Parklaankerk te Groningen. In de loop der tijd zijn door hem diverse pogingen gelanceerd om voor dit instrument een passende bestemming te vinden (o.a. Herv.Kerk te Veendam, Grote Kerk Vianen), maar pas in 2001 werd een overeenkomst getekend tussen de kerkenraad van de Gereformeerde Gemeente te Tholen en Orgelbouw Steendam. Adviseur is Ir. Dirk Bakker te Piershil. Akoestisch adviseur is Ir. Henk Kooiker.

Petrus van Oeckelen bouwde dit orgel oorspronkelijk voor de R.K. Academie- of Broer(en)kerk te Groningen in 1841. Deze kerk bevatte oorspronkelijk een orgel wat gebouwd werd door Arp Schnitger (1702) wat in 1815 verplaatst werd naar de Der Aa kerk. De Academie kerk tobde al in de Franse tijd met leegstand en verval totdat de plaatselijke overheid de kerk in 1821 toewees aan de Rooms Katholieken. In 1829 volgde de echte overname en plaatste de orgelmaker J.W.Timpe een klein orgel (met negen registers). Dit orgel werd in 1840 verkocht naar de Hervormde kerk te Beilen, waar het nu nog steeds aanwezig is. (Zie www.orgelsindrenthe.nl) 
In 1838 werd met de (Rooms Katholieke) Van Oeckelen een contract afgesloten voor de bouw van een nieuw orgel voor de som van 6930 gulden.

Het genoemde Contract voor dit orgel bleef gelukkig bewaard. Het vertoont zeer veel overeenkomsten met het orgel wat oorspronkelijk door Cornelis van Oeckelen te Breda (de vader van Petrus) was aangenomen voor de Hervormde Kerk van Strijen. Dit orgel werd, na het overlijden van C. van Oeckelen, gemaakt, c.q. voltooid in 1839. Behalve de kas, bakstukken, balgen, een gedeelte van de laden en een rudimentair gehalte aan pijpwerk, bleef van dit orgel helaas niet veel van Van Oeckelen bewaard.
Dispositieverzamelaar G.H. Broekhuyzen noemt het in Groningen voltooide orgel een "zeer goed toongevend werk" en het had "een welgeordonneerde kas of front".

In 1867 werd aan het orgel een nieuw vrij Pedaal toegevoegd en de dispositie op onderdelen gewijzigd. In 1881 werden er opnieuw wijzigingen
doorgevoerd, nog steeds door de Fa. Van Oeckelen (P. van Oeckelen & Zonen).

In 1895 werd een nieuw kerkgebouw (de R.K. St. Martinus) in gebruik genomen, ontworpen door de bekende architect P.J.H. Cuypers. Het Van Oeckelen-orgel werd niet geschikt geacht voor de nieuwe kerk. Het werd verkocht aan de Christelijk Gerefomeerde Gemeente (vanaf 1898 de Gereformeerde Kerk) verkocht voor 1000 gulden. De Groninger orgelmaker Jan Doornbos plaatste het orgel in 1898 voor 1050 gulden in de nieuwe Gereformeerde Parklaankerk (1889). Reeds in 1925 werd de Parklaankerk herbouwd en het orgel verhuisde mee, zij het dat de gehele opzet van het orgel grondig werd veranderd door de Firma A.S.J. Dekker uit Goes. Dat moest ook wel want de architect van de kerk, Egbert Reitsma, had voor het grote Van Oeckelenorgel onvoldoende ruimte (en vooral hoogte) gereserveerd. Dekker pakte het inmiddels slecht functionerende orgel grondig aan, de oude kas, de spaanbalgen en het front verdwenen, en het pijpwerk werd enige plaatsen opgeschoven om expressions aan te kunnen brengen. De dispositie werd uiteindelijk nauwelijks gewijzigd. In 1938 werd het orgel gerestaureerd door Mense Ruiter, waarbij opnieuw oude onderdelen (waaronder de Trompet 8 en 16 voet en de Mixtuur) verloren gingen. In 1962 volgde opnieuw een restauratie door dezelfde firma, waarbij opnieuw een reeks wijzigingen werden doorgevoerd. Nog in 1979 werd, eveneens door de Fa. Ruiter, een nieuwe magazijnbalg aangebracht en uiteindelijk viel het doek voor kerk en orgel in 1982.

Het orgel is grondig gerestaureerd en gereconstrueerd naar de situatie van 1841/1867. De windvoorziening, met drie grote spaanbalgen in een aparte balgenkas, is gereconstrueerd naar voorbeeld van het orgel in de Herv. Koepelkerk te Smilde. De orgelkas (9.97 meter hoog!) is eveneens gereconstrueerd naar voorbeeld van Strijen en Garmerwolde. Het bijbehorende snijwerk is door twee houtsnijders geheel in stijl vervaardigd. De kanalisatie is opnieuw gemaakt op basis van voorbeeld Smilde, aangevuld door eigen expertise. De uit 1841 daterende laden zijn ontdaan van latere toevoegingen en veranderingen door de Fa. Dekker en Mense Ruiter. De indeling van de lade van het Bovenwerk is aangepast aan de bezetting die in 1867 is ontstaan. De originele klaviatuur uit 1841 met inlegwerk van ivoor en bloemmahonie is geheel gerestaureerd; de karakteristieke en originele bank, hoewel tot voor kort zeer verminkt, komt herboren uit de restauratie tevoorschijn. Het pijpwerk leverde een soms zeer heterogeen beeld op. Sommige registers (meestal Holpijp, Fluit en/of Bourdon) waren redelijk goed bewaard gebleven. Andere registerreeksen, voornamelijk prestanten, kwamen zeer gehavend uit de pijpenrekken tevoorschijn. Diverse prestanten waren een quint opgeschoven en moesten dus ingrijpend worden verlengd. Karakteristiek aan het orgel is het vrijwel ontbreken van vulstemmen (op de Ged. Quint 3 vt en Mixtuur na). Gezien de toekomstige functie van het orgel, gemeentezangbegeleiding voor plm. 1000 kerkgangers, tezamen met een vijftal zeer goed florerende koren, is thans het hoofdwerk uitgebreid met een tweetal (discant-)stemmen naar Van Oeckelen voorbeeld uit 1867. Deze stemmen staan op aparte stokken, los van de historische laden, en markeren duidelijk de nieuwe - in stijl toegevoegde - stemmen.

Menu

  • Home
  • Concertagenda
  • Nieuws
  • Cd's
  • Recenties
  • Orgel
    • Het orgel
    • Dispositie
  • Links
  • Contact
Top

CD's

  • CD's
  • CD's
  • CD's

Eric Quist

Sitemap

Zoeken

Wie ben ik

Contact

Gasten

We hebben 3 gasten online
Copyright © 2010 Eric Quist